de rook en het raam

Amber van den Bos

December 18, 2015

introductie

Wanneer ’s avonds in bed lig, ruik ik vaak een rooklucht. Geen sigarettenrook (die ruik ik ook, maar daar heb ik het nu niet over), maar een rooklucht die ik associeer met hout or papierverbranding. Niet elke avond of nacht en soms is het lichter en soms zwaarder, maar altijd genoeg om irritant te zijn voor mijzelf en voor mijn longen.
De voor de hand liggende verklaring is dat iemand in de buurt dan een houtkachel aansteekt. Wat daar niet bij past, is dat de verbrandingsrook daarvoor soms te synthetisch aan doet. Bovendien gebeurt het vrijwel altijd in het eerste uur dat ik op bed lig en zo regelmatig leef ik niet. Dan moet het wel haast iemand zijn die in de gaten houdt wanneer ik naar bed ga. Iemand die vlak bij woont dus.
Om te kijken waar de rook vandaan kwam, ben ik een aantal keren weer uit bed gegaan en heb mijn neus uit het raam gestoken, zowel aan de voor- als aan de achterkant van mijn huis. Het vreemde is dat elke keer de rook buiten niet of een heel stuk minder aanwezig is. Als de rook van buiten naar binnen zou komen, zou het buiten op dat moment toch hetzelfde of sterker moeten zijn, maar het lijkt eerder andersom te zijn. De rook gaat eerder van binnen naar buiten. Dat pleit niet voor een houtkachel in de buurt waarvan de rook door het open raam bij mij naar binnen waait. De rook moet wel uit één van de aangrenzende appartementen komen. Hoe, dat weet ik niet. Ik heb wel een vermoeden.

wat denk ik

Het leek erop dat de rook meer voorkwam, wanneer ik het raam open heb staan. Daarom dacht ik ook dat de rook door het raam naar binnen kwam. Nu dat niet zo blijkt te zijn, denk ik dat mijn huis, en dan vooral mijn slaapkamer, functioneert als een schoorsteen voor andere bewoners.
Een alternatieve verklaring is dat de stokende bewoners zien dat ik het raam open heb staan en daarom de rook produceren. Dat zou raar zijn, maar er gebeuren hier wel meer rare dingen, met name sinds ik een conflict heb over geluidsoverlast. Sommige mensen kiezen dan voor alternatieve communicatie zal ik maar zeggen.

wat ga ik doen

Ik ga kijken of de rook vaker voorkomt terwijl het raam open is. Daarnaast kijk ik ook of de rook vaker voorkomt wanneer het raam open is terwijl de andere bewoners het kunnen zien. Dat is overdag, want ’s avonds komen ze nauwelijks meer buiten.
Hiervoor zet ik een schema op van raam open/raam dicht voor overdag en ’s avonds. Dit geef ik aan als

  • 00: hele dag raam open
  • 01: overdag raam open, ’s avonds raam dicht
  • 10: overdag raam dicht, ’s avonds raam open
  • 11: hele dag raam dicht

Om effecten van andere leefpatronen uit te sluiten herhaal ik dit schema zeven weken zodat ik voor elke weekdag elk schema één keer heb gehad. Hierbij gebruik ik een willekeurige verdeling, zodat ik niet één week het raam de hele tijd open heb of de hele tijd dicht.
Dat schema noteer ik in mijn agenda en vervolgens ga ik elke ochtend een kruis: wel rook, of een nul: geen rook, zetten voor de afgelopen nacht.

de uitwerking

Omdat ik nu eenmaal ook maar een mens ben, vergeet ik wel eens om het raam weer open of weer dicht te zetten. Dan wijzig ik het schema voor die dag in wat ik werkelijk heb gedaan, en voeg ik het gemiste schema aan het eind van de periode weer toe op dezelfde weekdag. Om de verlengde periode op te vullen voeg ik patronen toe tussen de extra dagen. Uiteindelijk loopt de onderzoeksperiode van 27 april 2015 tot en met 19 juni 2015.

de gegevens

Over de 54 dagen van de registratie zijn de raam open/raam dicht patronen als volgt verdeeld:

tabel 1: frequentie uitgevoerd raam open/dicht schema naar weekdag

##                                    weekdag
## schema                              zo ma di wo do vr za Totaal
##   00: hele dag open                  2  2  2  2  2  2  2     14
##   01: overdag open, 's avonds dicht  2  3  2  2  2  2  1     14
##   10: overdag dicht, 's avonds open  2  1  2  2  2  2  2     13
##   11: hele dag dicht                 1  2  2  2  2  2  2     13
##   Totaal                             7  8  8  8  8  8  7     54

Het is niet perfect, maar de raam open/dicht schema’s zijn redelijk netjes verdeeld over de weekdagen. In elk geval heeft elke weekdag éénmaal elk schema gehad.

testen van het eerste vermoeden

Is het zo dat er vaker rook is als ik ’s avonds het raam open heb? Hiervoor maak ik eerst een tabel met ’s avonds raam open of dicht versus wel of geen rook. Voor deze tabel bereken ik vervolgens een chi-kwadraat.

tabel 2:geregistreerde frequentie raam open/dicht vs wel of geen rook

##                            Staat het raam 's avonds open
## Komt er rook door de vloer? open dicht Totaal
##                   geen rook   18    24     42
##                   wel rook     9     3     12
##                   Totaal      27    27     54

Omdat de verwachte frequenties in alle cellen > 5 zijn op een totaal van 54 observaties gebruik ik de gewone Pearson chi-kwadraat en niet de Yates correctie.

tabel 3: verwachte frequentie raam open/dicht vs wel of geen rook

##                            Staat het raam 's avonds open
## Komt er rook door de vloer? open dicht
##                   geen rook   21    21
##                   wel rook     6     6

De chi-kwadraat is 3.857. Met 1 vrijheidsgraden (df) levert dat een eenzijdige p-waarde van 0.0248 (conf: -1, -0.0805). Zo te zien lijkt het inderdaad uit te maken of het raam ’s avonds open staat. Dan is er significant vaker sprake van rook.

testen van het tweede vermoeden

Voor het geval de andere bewoners knetter-van-lotje zijn en expres rook veroorzaken als ik het raam open houd, test ik of er een relatie is tussen het raam overdag open en de rook ’s avonds. Dit gaat op dezelfde manier als hierboven, maar dan met de variabele voor raam ’s avonds open vervangen door de variabele voor raam overdag open.

tabel 4:geregistreerde frequentie raam open/dicht vs wel of geen rook

##                            Staat het raam overdag open
## Komt er rook door de vloer? open dicht Totaal
##                   geen rook   20    22     42
##                   wel rook     8     4     12
##                   Totaal      28    26     54

De chi-kwadraat is 1.356. Met 1 vrijheidsgraden (df) levert dat een eenzijdige p-waarde van 0.122 (conf: -1, 0.0668). Er is geen significant verband tussen het openstaan van het raam overdag en de rook ’s avonds.

samenvatting

Naar aanleiding van door mij ervaren rookoverlast, heb ik onderzocht hoe rook (als in: brandlucht) in mijn huis terecht komt. Hiervoor heb ik 54 dagen lang volgens verschillende schema’s het raam in mijn slaapkamer open dan wel dicht gedaan en geregistreerd of ik rookoverlast ervaarde.
Omdat de rook buitenshuis vrijwel nihil is en binnenshuis sterk aanwezig, kan het niet zo zijn dat de rook door het openstaande raam van buiten naar binnen komt. De rook treedt ’s avonds op, niet overdag, duurt ongeveer een half uur tot een uur, soms langer.
Er lijkt een samenhang te zijn tussen het ’s avonds open of dicht zijn van het raam en geregistreerde rookoverlast ’s avonds. Er blijkt geen samenhang te zijn tussen het overdag open of dicht zijn van het raam en de geregistreerde rookoverlast ’s avonds.

conclusie

Op basis van deze bevindingen, concludeer ik dat het openstaande raam fungeert als een trekgat (schoorsteen) voor verbrandingsrook uit één van de aangrenzende appartementen. In deze appartementen zijn de vloeren en muren niet luchtdicht. De schoorstenen zijn helemaal poreus, met oude, gebroken stenen, afbrokkelend voegwerk en zonder binnenmantel (Kan de brandweer het gebruik daarvan niet eens verbieden in Bezuidenhout?). Wanneer in een appartement niet of verkeerd wordt geventileerd, kan lucht en rook daaruit gemakkelijk in een ander appartement terecht komen waar de doorstroming van de lucht beter geregeld is.
Er zijn natuurlijk alternatieve interpretaties mogelijk. De kans op fantosmia, zoals een sukkel zonder enige medische opleiding wilde diagnosticeren, is bij structurele patronen (locatie- en tijdgebonden en alleen als ik geen bezoek heb) echter minimaal. Inmiddels heb ik deze mogelijkheid ook aan verschillende artsen voorgelegd die deze aandoening (na medisch onderzoek, excuses voor de oplopende zorgkosten) zeer onwaarschijnlijk vinden. Het klopt dat ik een neus als een bloedhond heb, maar dat is heel iets anders dan het verzinnen van geuren. Zo’n scherpe neus is inderdaad vooral vervelend voor mijzelf (Den Haag stinkt, voor het geval u het nog niet wist). Overigens is het ook vervelend voor mensen die niet willen dat ik ruik wat ze doen. Dat begrijp ik.
Voor andere alternatieve verklaringen sta ik open, net als voor praktische adviezen voor vervolgonderzoek.
De data die voor deze analyses is verzameld en gebruikt, staan samen met de Rmarkdown, markdown en de html in een github repository, zodat bovenstaande analyses te reproduceren en/of uit te breiden zijn.

een rokende kattebak?

Ja gut, ik wist ook niet wat zo’n ammoniaklucht kon betekenen. Dat kwam pas toen ik in Groningen woonde, lang geleden, en één van de jongens die boven mij woonde, aanbelde of ik een glaasje ammoniak voor hem had.

Dat was in de Indische buurt daar. Er woonde aan de ene kant een alcoholist boven me en aan de andere kant een wat ongure man die zijn huis onderverhuurde aan een groep jongens. Over die man en de alcoholist kan vast wel iemand anders verhalen vertellen. Echt lekker was het allemaal niet.

In elk geval stond op een dag die jongen voor mijn neus en vroeg om een glaasje ammoniak. Ammoniak in een glaasje vond ik een beetje raar. Ik had ook geen zin om daarna weer uit dat glas te drinken, dus ik bood aan om een scheutje in een emmer te doen. De emmer mocht hij van mij wel lenen, zodat hij het kon gebruiken om schoon te maken. Soms gebruik ik ammoniak daarvoor, meestal gebruik ik het om hout te ontvetten voordat ik ga verven, dus ik nam aan dat hij ook zoiets van plan was.

Ontzet keek de jongen mij aan. Nee, het moest echt in een glaasje en zeker niet in een emmer. Om een of andere reden werd het mij toen niet duidelijk waarom de ammoniak van hem in een glaasje moest en waarvoor het dan bedoeld was.Om er vanaf te zijn gaf ik hem dan maar de hele fles, daar zat nog genoeg in.

Hij was er helemaal gelukkig mee, alsof het vreselijk duur spul was, en hij verzekerde mij dat hij de fles direct terug zou brengen, hoewel ik zei dat het niet hoefde, dat ik anders ook wel een nieuwe fles kon halen uit de winkel. Zo duur is dat spul nou ook weer niet. Nee nee, ik kreeg hem echt meteen terug als ze klaar waren.

En dat was ook zo. Helemaal blij en dat het fantastisch was geweest. Rare snuiter.

Later vertelde ik aan één van de buuvjes verderop wat er was gebeurd. “Amber! Weet jij dan niet wat ze daar mee doen?” Eh, nee. Is dat erg? Een onbedaarlijke lachbui volgde. “Oooh, dat is wel erg als ze dat daar aan het doen zijn. Dan moeten we een beetje gaan uitkijken of er nog meer gebeurt of wat er daar aan de hand is in dat huis”(1) Huh? Hoezo dan? Leg nou eens uit.

Afijn, toen ben ik dus voorgelicht over wat je met ammoniak kunt doen. Dat het wordt gebruikt om coke mee te verhitten op een lepel of een stukje aluminiumfolie ofzo en het daarna op te roken. Dan is het crack en dat gedoe met ammoniak heet basen. Weer wat geleerd. Nee, ik wist het echt niet en dat is inmiddels rond de twintig jaar geleden.

Nou ja, toen ik in mijn huis hier in Den Haag dus op een dag een rokende kattebak rook, terwijl er op dat moment niemand in het portiek een kat had en zeker geen kat die rookte, begreep ik iets sneller dan toen in Groningen wat er aan de hand was. Niet dat je er wat aan kunt doen (2), maar je weet in elk geval wat er gebeurt.

 

 

(1) Dit zal niet de letterlijke tekst zijn van wat er toen is gezegd, maar geeft wel ongeveer de strekking weer.

(2) Dat is trouwens niet helemaal waar, want nadat ik begon te twitteren over wat ik in huis ruik aan rare luchten, zijn de meeste geuren afgenomen. Alleen het verbrand plastic keert nog geregeld terug en de wietlucht.

Mijn eerste vernissage

Na een jaar in het klasje van Vincent de Kooker hebben we op zaterdag 4 en zondag 5 juni onze eindejaars-expositie.

Een expositie voelt behoorlijk spannend. Vooral omdat het in een galerie is. Dat is best eng. Ergens heb ik het idee dat galeries er voor echte kunstenaars zijn. Een amateur als ik hoort daar niet helemaal tussen.
Bij het bestuderen van mijn voorbeelden zie ik duidelijk hun vakmanschap en zeker het niveauverschil met mijn pogingen. Toch zie ik in galeries ook kunstwerken waar Lees verder